Accepteer cookies om deze inhoud in te laden.

De Covid-19-pandemie dwingt miljoenen mensen over de hele wereld om hun leven radicaal om te gooien, van gedwongen social distancing, zelf-isolatie en quarantaine, tot vrijwillig thuiswerken en virtueel onderwijs. Het resultaat hiervan is een exponentiële toename van de productie, consumptie en aggregatie van data. Welke consequenties heeft zo’n data-explosie? En waarom zouden zowel mensen als niet-menselijke wezens zich hier juist nu iets van moeten aantrekken?

De Covid-19-pandemie dwingt miljoenen mensen over de hele wereld om hun leven radicaal om te gooien, van gedwongen social distancing, zelf-isolatie en quarantaine, tot vrijwillig thuiswerken en virtueel onderwijs. Het resultaat hiervan is een exponentiële toename van; de productie, consumptie en aggregatie van data.

Deze verschuiving naar online vormen van productie alsook sociale, culturele en economische activiteiten, steunt op een planetaire digitale infrastructuur die daardoor steeds zwaarder wordt belast. De talloze berichten, online stories, videoconferenties of memes zorgen ervoor dat we een minimaal (intiem) contact met onze naasten kunnen onderhouden. Met virtuele bijeenkomsten en communicatie faciliteren ze een alternatief openbaar leven. Maar terwijl supermarkten door hun voorraden toiletpapier, pasta en blikvoer heen dreigen te raken, wordt er geen moment getwijfeld aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van data.

De toegenomen screen time zorgt ervoor dat de capaciteit van online platforms aanmerkelijk op de proef wordt gesteld. In de week tussen 11 maart en 18 maart is het dagelijkse aantal gebruikers van Microsoft Teams van 32 miljoen toegenomen tot maar liefst 44 miljoen, die op hun beurt meer dan 900 miljoen meetings en belminuten per dag wisten te genereren. Ook Facebook bevestigde een explosieve groei van beeldbel- en berichtenverkeer. Op maandag 16 maart, de eerste thuiswerkdag in Nederland, nam het internetverkeer op het Amsterdamse dataknooppunt AMS-IX met 12 procent toe van 5,8 tot 6,5 terabit per seconde. Welke gevolgen heeft deze data-explosie en wat maakt dat eigenlijk uit voor mensen en niet-menselijke wezens?

In de begindagen van de pandemie waren velen nog enthousiast over het ogenschijnlijk gunstige effect van de Coronacrisis op het milieu. Het aantal vliegreizen is inderdaad afgenomen, en zo ook de productie van goederen. Maar eigenlijk zou het behalen van klimaatdoelstellingen een resultaat moeten zijn van ingrepen van grote bedrijven en de overheid; en niet ten koste moeten gaan van het dagelijks leven van mensen. Bovendien gaat de afname van de uitstoot van de industrie en mobiliteit hand in hand met een enorme toename in de productie, circulatie en opslag van data.

De huidige datagroei betekent niet alleen een winststijging voor een klein aantal bedrijven, maar de explosieve toename heeft ook een aanzienlijke ecologische impact. Datacenters en clouddiensten zijn in hoge mate afhankelijk van niet-hernieuwbare energiebronnen. Deze infrastructuur produceert afval en stoot CO2 uit. Slechts veertig procent van de Nederlandse datacenters claimt gebruik te maken van lokaal geproduceerde hernieuwbare energie – daarbij komt dat hergebruik van de gegenereerde warmte tot dusver nauwelijks rendabel is gebleken. Het is dan ook geen toeval dat de gemeenten Amsterdam en Haarlemmermeer de bouw van nieuwe datacenters in de Metropoolregio Amsterdam onlangs hebben stopgezet; gezien het feit dat de bestaande centra in het gebied samen al meer energie verbruiken dan alle Amsterdamse huishoudens bij elkaar.

Naast veelgenoemde negatieve aspecten van de huidige thuisblijfperiode, zoals de angst voor verdere privatisering van het openbare leven, het grootschalig monitoren van de bevolking, datamining en ongelijkheden bij de toegang tot de digitale infrastructuur, vallen de verwachte positieve effecten hoogstwaarschijnlijk ook tegen. Zo leiden de huidige digitale ‘productiemiddelen’ en het werken en communiceren vanuit zelfverkozen opsluiting of isolement niet vanzelfsprekend tot een hernieuwde relatie tussen de mens en haar omgeving of tot een samenleving met minder uitbuiting.

Hoewel de verhuizing van leven en werk naar een virtuele wereld op de korte termijn bijdraagt aan de afname van de uitstoot en een groot aantal mensen voor werkloosheid en eenzaamheid behoedt, is het nog maar de vraag of de uitzonderlijke maatregelen die naar aanleiding van de pandemie genomen zijn ook daadwerkelijk zullen leiden tot minder uitputting en uitbuiting. Emotionele, digitale en creatieve vormen van arbeid zijn, nu we in afzondering werken, exponentieel toegenomen. De gelegenheid om je werk op afstand te kunnen doen, om je te kunnen isoleren in een veilige ruimte met een internetverbinding, is lang niet voor iedereen weggelegd. In veel gevallen wordt een op productiviteit gerichte arbeidsethos verder opgedreven en zijn structurele discriminatie en ongelijkheid verergerd.

De pandemie levert het bewijs voor de grote mate waarin data een waardevolle bron en grondstof vormen. De analyse van big data is – ondanks de toenemende zorgen om privacy – van cruciaal belang in de mondiale zoektocht naar een behandeling van Covid-19, omdat de verspreiding van de pandemie ermee in de gaten kan worden gehouden en kan worden gevolgd. Ondernemingen gespecialiseerd in kunstmatige intelligentie stellen hun rekenvermogen in dienst van het screenen van bestaande geneesmiddelen op hun mogelijke effectiviteit tegen het nieuwe coronavirus. Echter, door commerciële belangen worden de grote hoeveelheden data benodigd voor deze processen van machine learning achtergehouden door de wereldwijde farmaceutische industrie. Ten tijde van crisis worden deze noodzakelijke vormen van solidariteit, zoals het open delen van chemische datasets en bibliotheken, nog urgenter.

Laten we dit moment aangrijpen om onze prioriteiten kritisch tegen het licht te houden en stil te staan bij de vraag wat de planeet en haar bewoners zich kunnen veroorloven. Het is de verantwoordelijkheid van deze generatie om een alternatieve toekomst te verbeelden en aan nieuwe bestaansvormen vorm te geven; en om technologische en economische modellen in te richten die niet langer uitgaan van uitbuiting en uitputting. Daar is meer voor nodig dan onze hoop te vestigen op een virtuele wereld.

 

ADS8: Data Matter: Digital Networks, Data Centres & Posthuman Institutions

Een langlopend onderzoeksproject in samenwerking met Ippolito Pestellini Laparelli, Kamil Dalkir, The Royal College of Art in London (RCA) en Marina Otero Verzier (Het Nieuwe Instituut). Als een nieuw soort architectuur voor data en machines, die volledig volgens technologische beginselen en vrijwel zonder menselijk ingrijpen wordt vormgegeven, vormt het ontwerp van datacenters een proeftuin voor alternatieve, posthumane institutionele omgevingen. Dit langetermijnproject over de architectuur van datacenters is een samenwerking tussen Ippolito Pestellini Laparelli, Kamil Dalkir, The Royal College of Art in London (RCA) en Marina Otero Verzier (Het Nieuwe Instituut).

Data Centres Industries

Nederland is de op een na grootste datahub in Europa en is voor een kwart van het BBP (Bruto Binnenlands Product) afhankelijk van de industrie van datacenters. Aan de hand van een aantal actuele casussen in Nederland presenteert dit onderzoek uiteenlopende verschijningsvormen van de typologie van het datacenter in zowel stedelijke als landelijke omgevingen.

Automated Landscapes and the Dream of Relentlessness

Robots en kunstmatige intelligentie worden ingezet om contact te onderhouden met patiënten, om kamers te ontsmetten, voorraden en medicijnen te bezorgen, maar ook om het internetverkeer op te schalen en de bevolking in de gaten te houden en te controleren. Welke consequenties heeft automatisering op de gebouwde omgeving en haar menselijke en niet-menselijke bewoners? 

Digital and Environmental Heritage

Hoe zwaar belasten archiveren en digitaliseren het klimaat?

Tegenwoordig staat er niet alleen meer ter discussie wát er verzameld en bewaard zou moeten worden, maar zijn archiefprofessionals en curatoren zich ook steeds beter bewust van de ecologische impact van hun acquisitie- en verzamelbeleid: met wat het behouden van historische en culturele artefacten en fysieke en digitale documenten betekent voor het klimaat.. Neem vooral contact met ons op met eigen nieuwe ideeën en projecten voor een milieubewuste erfgoedpraktijk.

De Rijkscollectie voor Nederlandse Architectuur en Stedenbouw bestaat uit ongeveer achttien kilometer archieven en collecties, ongeveer 2500 modellen en een omvangrijke bibliotheek. Het pas verworven archief van architectenbureau MVRDV bestaat grotendeels uit digitaal materiaal. Het archief van 5 TB omvat de dossiers van alle projecten die het bureau tussen 1991 en 2008 ontworpen heeft, zowel gerealiseerd als ongerealiseerd. Bovendien worden steeds grotere delen van de collectie gedigitaliseerd. Het totale digitale archief bedraagt nu 80 TB aan scans, foto’s en andere documenten en dossiers. Dit staat ongeveer gelijk aan een jaarlijkse energieconsumptie van 6300 kWh (net iets minder dan twee huishoudens), wat bijdraagt aan de uitstoot van grofweg 3150 Kg CO2.

Alternatieve data-infrastructuren: Hoe ontwerpers en kunstenaars zich hebben beziggehouden met kwesties als constante connectiviteit, data-eigendom, opslag en energieverbruik.

Toen Het Nieuwe Instituut vanwege de pandemie de deuren moest sluiten, werden veel van de werkzaamheden en processen herschikt en verhuisd naar omstreden platforms als Skype, Teams, Zoom, Whereby, Facebook, Twitter en Instagram. De controverse die deze producten omringt heeft kritische vragen opgeroepen en geleid tot een zoektocht naar alternatieve platforms voor interactie met collega’s en teamgenoten. Hoe gaan ontwerpers en kunstenaars om met privacyvraagstukken, voortdurende verbondenheid en het eigenaarschap, de opslag en het energieverbruik van data? Hier zijn een paar inspirerende strategieën om hiermee om te gaan.

LOW<--TECH magazine

Dit is een website die draait op zonne-energie, wat betekent dat deze soms offline is. De self-hosted versie van Low-tech Magazine is ontworpen om het energieverbruik waarmee de toegang tot content gepaard gaat drastisch te verminderen. 

Grow Your Own Cloud

Grow Your Own Cloud van Cyrus Clarke en Monika Seyfried is een nieuw biotechbedrijf dat data op een natuurlijke manier opslaat: in het DNA van planten. Deze nieuwe cloudservice zou alle data ter wereld kunnen opslaan in slechts één kilo DNA. Het bedrijf werkt met organismen die hun eigen energie opwekken. Het slaat data op in een format dat nooit achterhaald wordt en leven geeft door - in plaats van CO2 - zuurstof uit te stoten.

HARVEST

HARVEST van Julian Oliver gebruikt windenergie om cryptovaluta te winnen. De winst die dat oplevert wordt gebruikt om klimaatonderzoek te bekostigen.

The Circuit Breaker

The Circuit Breaker van Samir Bhowmik is een interactieve installatie waarmee hij kritiek levert op de cultuur van onophoudelijk digitaal contact en onderling ‘verbonden-zijn’. Hij nodigt uit om eens stil te staan bij de invloed die de constante verbondenheid van ons digitale leven heeft, zowel sociaal als qua energieverbruik. Hij plaatst de manier waarop we ons online gedragen in de context van gemeenschappelijk opgestelde definities van diversiteit en een ecologische agenda, om zo aandacht te vragen voor de materiële aspecten en de infrastructuur van verbonden-zijn.

Collectivize Facebook van Jonas Staal en Jan Fermon

Met meer dan twee miljard gebruikers heeft Facebook een enorme impact op ons sociale, economische en politieke leven, op een tot nu toe ongekende manier. Via een groepsvordering eisen de initiatiefnemers wettelijke erkenning van Facebook als publiek domein, dat eigendom moet zijn en onder controle moet staan van zijn gebruikers: Facebook moet publiek bezit worden.

PublicSpaces

A coalition to design a new platform for social interaction, where users are not viewed as exploitable assets or data sources, but as equal partners that share a common public interest.